Voorkeurshouding

Een voorkeurshouding komt veel voor bij baby’s. Heel vaak is een voorkeurshouding onschuldig en zie je dit langzaam weer verdwijnen. In de eerste weken zie je vaak dat een kindje nog een voorkeur heeft, door een baarmoederhouding of door de bevalling, die langzaam verdwijnt. Toch gaat niet elke voorkeur weg en zie je soms de voorkeur verergeren of zie je pas later een voorkeur ontstaan. In dat geval is het goed om er naar te laten kijken en je baby te laten onderzoeken of er een spanning in het lichaam is die deze voorkeur veroorzaakt.

 

Dit doe ik, en als er een spanning is, dan kan ik deze spanning door middel van milde osteopathische technieken weghalen of verminderen. Meestal is het daarna niet meer nodig om nog te gaan oefenen om de voorkeur te verminderen, en herstelt een baby dit zelf. In sommige gevallen is het wel nodig om door middel van houdingsadviezen en oefeningen de voorkeur weg te krijgen. Soms geef ik deze adviezen, en in sommige gevallen werk ik hierbij ook samen met de kinderfysiotherapeut Annelies Karsten. In sommige gevallen meten we de afplatting van de schedel ook (door middel van plagiometriemeting) , om te zien wat de wat de waarde van de afplatting is en om te zien of door middel van het mobiliseren deze afplatting vermindert.

Naast een voorkeurshouding kan een baby ook veel op het achterhoofd liggen wat een afplatting geeft. Ook hierbij is het nuttig om je baby te laten onderzoeken. Spanning rond het middenrif of de borstkas kan de bewegelijkheid van de nek verminderen, wat meteen invloed heeft op de ligging van het hoofd. Mobilisatie zorgt er dan vaak voor dat een baby weer helemaal met het hoofdje naar links en rechts gaat ligging, wat de achterwaartse afplatting vermindert.

Hieronder de folder met (kinderfysiotherapeutische) tips ten aanzien van een voorkeurshouding:

Voorkeurshouding behandelingsfolder NCJ