Vluchten

Als een kind in de -vlucht- stand komt als het in een onveilige situatie terecht komt dan ziet dat er zo uit:

  • Ik loop weg
  • Ik zorg dat ik het heel druk heb, ben steeds maar bezig en onrustig
  • Ik kan niet omgaan met vrije tijd, met ‘niets’ doen
  • Overal de eerst moeten zijn, vooraan staan.
  • Tegen mensen aanlopen
  • Taakjes en activiteiten ontlopen
  • Vreemde kinderlijke soms baby stemmen hebben
  • Hyperactief en gek gedrag vertonen
  • Verstoppen onder de tafel

Ik kan me niet focussen. Ik vlucht, ik voel me alleen. Eigenlijk voel ik me steeds in paniek en loop ik weg voor dat gevoel. Ik voel me naar en als ik me beweeg dat voel ik me beter. Ik schaam me, ik ben overprikkeld. Ik ben steeds bang wat er hiernaar gebeurt. Ik ben bang en oplettend.

Mijn lichaam voelt dat ik wil vluchten, rennen en me wil verstoppen. Ik heb pijnlijke gewrichten van de spanning in mijn lijf. Ik tril en sta steeds klaar om actie te ondernemen. Ik ben springerig, bewegelijk en onrustig.

Binnen in mij wil ik het liefst vluchten voor de angst, maar dat lukt me niet. Ik probeer de gevoelens die ik heb te verstoppen, omdat ik dat liever niet laat zien.

Het helpt me als ik diep kan ademhalen, als ik even dichtbij een veilig persoon mag zijn. Geef me taakjes die eenvoudig voor me zijn en bekend, zodat ik me weer veilig ga voelen. Maak de situatie zo voorspelbaar mogelijk voor mij. En zeg dat ik me veilig mag voelen.