Bevriezen

Als een kind in een onveilige situatie gaat verstarren of bevriezen dan ziet dat er zo uit:

  • Ik lijk niet ge├»nteresseerd en vooral ook verveeld
  • Ik ben warrig en ik vergeet heel veel
  • Ik ga steeds over iets anders praten
  • Ik kan niet taakgericht werken
  • Ik luister niet
  • Ik ben veel aan het dagdromen
  • Ik ben onhandig

Ik merk zelf dat ik in een onveilige situatie zit en merk dat mijn brein langzamer werkt. Ik probeer steeds te denken aan iets veiligs. Ik heb het gevoel dat ik het niet kan. Ik voel me heel diep angstig. Ik voel dat je gefrustreerd raakt, maar ik kan er niet anders op reageren dan op deze manier.

Mijn hoofd voelt bevroren. Ik heb het idee als ik me niet beweeg, dan zie je me niet. Alles voelt als een droom. Ik ben niet verbonden.

Binnen in mij heb ik behoefte aan veiligheid, heel veel veiligheid. Ik schaam dat ik doe zoals ik doe, maar ik kan niet anders. Ik ben bang, ik weet niet wat er gaat gebeuren. Als ik nu faal in hetgeen ik doe (wat heel goed kan want ik doe niets) dan denk ik dat je me weg stuurt.

Je helpt me door het taakje met mij te doen. Diepe ademhaling helpt me. Zeg dat ik oke ben, ik ben veilig. Vraag me veilig waar mijn dromen naar toe waren gegaan en vraag of ik terug wil komen in de ruimte. Zorg dat ik kleine taakjes krijg en meer voorspelbaar. Laat geen frustratie aan me zien, want dan zal ik nog meer bevriezen.