De theorie achter mijn behandeling

Achter mijn behandeling zit heel veel theorie. Toen ik begon te werken voelde ik heel veel. Had ik een soort van gevoel waar ik moest zitten als er een probleem bij bijvoorbeeld de elleboog was. Een gevoel wat ik niet goed snapte bij hoe ik het had geleerd in de fysiotherapie. Omdat dat gevoel een beetje spannend was voor me, maar ik het niet wilde ontkennen, probeerde ik mijn gevoel te begrijpen. Wat een nog al zoektocht was met veel opleidingen, maar waar ik heel dankbaar voor ben. Want door deze zoektocht heb ik veel reguliere kennis, anatomische kennis, kan ik reguliere visies verbinden met alternatievere visies en geniet ik van dat gene wat ik zo graag zou willen, ‘het zien dat alles – alles is’.

Hieronder een stukje theorie over het brein, wat de basis is van alle overtuigingen die je in je systeem hebt en de basis van mijn behandeling is. Deze kennis heb ik in kaart gebracht, kaarten die je kunt vinden onder het kopje -online bestellen-.

Ons brein

Ons brein bestaat uit heel veel delen. Het heeft een linker en rechterkant, met beide verschillende taken, en het heeft 3 delen (zowel links als rechts) die je kunt verdelen in:

  1. Het reptielenbrein (primitieve brein)
  2. Het zoogdierenbrein (het emotionele / limbische brein)
  3. Het mensenbrein (de neocortex).
Deze poster kun je bij mij bestellen, inclusief uitleg!

Deze verschillende delen werken samen, maar zijn essentieel in het begrijpen waarom leren niet lukt als er angst is, waarom onrust bij een kind niet bewust te verminderen valt bij een kind en waarom een kind soms boos wordt waar het eigenlijk niets aan kan doen.

Het reptielenbrein

Ons reptielenbrein (hersenstam) is actief al in de baarmoeder. Het gaat over de ademhaling, de hartslag, reflexen, instincten. Eigenlijk allemaal dingen die totaal onbewust gebeuren en gericht zijn op overleven. Het reptielenbrein zet zich in voor overleving en voortplanting. Het gaat over honger en dorst, over dreiging, angst… Stel je voor dit brein voelt dat de overleving in het gedrang komt, dan reageert dit brein met vechten, vluchten of verstarren. Heel nuttig natuurlijk.

Het zoogdierenbrein 

Het zoogdierenbrein (het emotionele / limbische brein) is het brein wat zich bezig houdt met emoties en gevoelens. Woede, angst, plezier, liefde…. Dit deel van ons brein screent de zintuigelijke informatie van onze ogen, oren, ons voelen, onze smaak en onze geur en vergelijkt de informatie die hij daarvan krijgt met opgeslagen herinneringen en positieve of negatieve ervaringen. Eigenlijk als je iets leuks hebt meegemaakt en het rook daar op dat moment heerlijk, dan ruik je die geur opnieuw en je voelt meteen hetzelfde gevoel opnieuw. Maar ook als je een keer heel erg bang bent geweest van een geluid, dan hoor je dit geluid en voel je je meteen weer precies zo bang.

Het menselijke brein

Het menselijke brein, de neocortex is het brein wat zich bezig houdt met rationaliteit, met nuchterheid met weloverwogen beslissingen en verstand. Het is ons intellect, ons leren en ons geheugen.

Leren

Als we willen leren is het voor ons heel nuttig om het menselijke brein te kunnen gebruiken. We kunnen dan logisch denken, we kunnen plannen, doelen stellen, problemen oplossen, aan zelfreflectie doen en we kunnen leren van ervaringen.

Stel: situatie 1, een goed gehecht en ontspannen kind

Als een kind geen stress heeft gekend, een super ontspannen periode in de buik kende, de ideale bevalling heeft gehad en een helemaal veilige situatie in zijn / haar eerste ‘opgroeiende’ jaren, dan ontwikkelt het reptielenbrein zich en kan het rustig in de ademhaling blijven. Kent het weinig angstsituaties en kan het kind er op vertrouwen, mijn ouders hebben de situatie onder controle. Ik voel me veilig. Het limbische brein zal dan herinneringen opslaan met voornamelijk positieve ervaringen en zal ‘snelwegjes’ maken naar prettige gevoelens. Een kind hoeft weinig vlucht, vecht of bevries gedrag te laten zien / te oefenen, want het komt niet vaak / niet in een situatie waar hij / zij angst kent.

Als een kind zich veilig voelt, dan reageert het niet extra alert op geluiden, reageert het niet op ‘in een andere situatie zijn’, het reageert niet op een juf die misschien niet helemaal blij is. Het voelt zich makkelijk veilig, dus hoeft niet zo te letten op de omgeving en laat zijn of haar gedrag daar ook bijna niet van afhangen. Als het dan in de klas is en dingen moet leren, dan wordt het niet afgeleid en kan de neocortex, zonder dat het gestoord wordt door het reptielenbrein die steeds inspringt met vluchten, vechten of verstarren. Een kind leert dan prettig en vaak ook heel goed!

Stel: situatie 2, een kind wat wel een traumatische ervaring of onveilige situatie heeft gekend

Stel een kind heeft in de baarmoeder al stress ervaren, door ervaringen die de moeder had. Misschien was het ongewenst, misschien was het heel druk op het werk, of misschien gebeurde er iets wat veel impact had op moeder, de moeder maakt stresshormonen aan en het kind voelt ook stress. Of stel een kind is in de baarmoeder 1 van een tweeling geweest, en kent ‘afstoting’ in de baarmoeder (hierover meer onder het kopje vanishing twin). Of stel de bevalling was heel heftig of een keizersnede, of stel een kind is de eerste uren niet bij de ouders…. Of stel een kind maakt in zijn eerste levensjaren iets heel traumatisch mee….. Dan heeft het reptielenbrein het al druk gehad en verbindingen gelegd. Een beetje stress in de omgeving geeft het kind ook meteen een gevoel van ‘ik moet in de overlevingsstand’ en het reageert met vechten, vluchten of verstarren. Of stel een kind voelt zich onveilig als papa en mama er niet zijn, omdat die ervaring als baby er was, dan heeft het limbische brein deze negatieve ervaring opgeslagen en reageert later als er onveiligheid is, of papa of mama moet weg ook met een vechten, vluchten of verstarren. Als het reptielenbrein aan staat (en dat kan dus heel snel, bij angstige gevoelens, onveilige gevoelens, boosheid van iemand, kritiek….), dan is het niet mogelijk om in de neocortex aan het werk te gaan. Zoals het niet handig is om, als er een leeuw binnenkomt om dan nog even je werkje af te maken, maar het veel verstandiger is om hard weg te rennen, zo lukt het ook niet om het werkje af te maken. Je staat meteen (totaal onbewust) te reageren via het reptielenbrein en bent al op de vlucht geslagen zonder dat je het zelf door hebt.

Leren

Om te kunnen leren moet het reptielenbrein meer ontspanning ervaren. Er zijn verschillende mogelijkheden om dat te doen. Ik doe dat door massages, osteopathische technieken, door met ouders te werken, door onbewuste technieken via de helende reizen… Allemaal technieken om het de ervaringen te veranderen en ervoor te zorgen dat het reptielenbrein minder snel aangaat. Een proces, maar vaak bij een kleine verandering, al effectief!

Wil je weten hoe vechten, vluchten of verstarren er uit ziet thuis of in de klas? Je zult vast dingen herkennen en nu anders naar de oorzaak kijken!